de waterlelie

waar ben je

ik zag je

voor het laatst

op de leie

de laatste lelie

van dit jaar

daarvoor

zag ik je soort

en omdat ze met velen waren

plukte ik er drie

ze gingen allen dood

vertrouwen

Veel te laat heb ik jou liefgekregen
schoonheid wat ben je oud, wat ben je nieuw
veel te laat heb ik jou liefgekregen.

Binnen in mij was je, ik was buiten
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet jij is.

Toen heb jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben jij heengebroken.
Oogverblindend ben jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Geuren deed jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar jou.

Proeven deed ik jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar jou. Mij, lichtgeraakte,
heb jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar jou toe, om vrede.

het moment

Een lieveheersbeestje loopt op de wasdraad voorbij. De bijen houden van lavendel, zo zoemen ze in koor. Een koppel dansende citroenvlinders vliegt naar daar vanwaar een koolmees naar beneden duikt, die fluit nu minder dan twee meter boven mij. De zon schijnt aangenaam zacht op mij. Achter de haag waardoor de wind ruist, hoor ik de buurman harken. Op een week tijd hebben de vogels zijn kersenboom leeg gegeten. Het kindergejoel op de achtergrond projecteert mij naar het verleden, toen ik nog jong en alles nog mogelijk was. Ik lig in de hangmat en ik wieg heen en weer. Het is zomer. Ik mijmer het moment voorbij.

Is alles niet meer mogelijk?

Wel ik loop de laatste tijd nogal vaak tegen bepaalde grenzen aan. En ik merk dat ik op een bepaalde manier op het einde van mijn krachten ben. Ik heb de energie niet meer om na het vallen terug onmiddellijk verder te hollen. Of om de situatie trachten te analyseren. Ik heb merk ik eerder de neiging om het mijzelf knus te maken daar in de schaduw van die laatste grens.

Loopt niet van een leien dakje. Regelmatig word ik geplaagd door mijn gedachten. Ze zaaien getwijfel in mij.

Ik denk terug aan een vers dat ik onlangs las:

Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid te voorschijn. De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’

geweten

Ik probeer doorgaans iemand te zijn die zo weinig mogelijk zegt. Ik probeer ook iemand te zijn die zegt wat ze denkt en doet wat ze zegt.

Soms mislukt dat dus flagrant. Dan denk ik niet lang genoeg na vooraleer ik begin te spreken en dan zeg ik dingen die ik eigenlijk helemaal niet kan waarmaken.

Zo beloofde ik tijdens mijn voorlaatste dag stage aan iemand dat ik nog eens zou terugkomen. Ik had een verhaal van Toon Tellegen voorgelezen en dat had haar zichtbaar diep geraakt. En dat had mij geraakt. En zo raken wij elkaar. Maar waarom zei ik dat ik zeker nog eens zou terugkomen? Ik wist dat het een moeilijke belofte was om waar te maken. Te zwijgen van hoe kwaad het mij kan maken, wanneer een iemand een woord niet naleeft.

langzaam, zo snel als zij konden

Vorige week begon mijn geweten dus te knagen. Ik herinnerde namelijk dat die mevrouw niet lang meer hier zou zijn. Na heel wat getwijfel ging ik gisteren met een klein hartje terug naar het ziekenhuis. De verpleegkundigen vertelden dat dit haar laatste dagen zijn. Dagen om afscheid te nemen. Ze was inderdaad omgeven door familieleden. Ik besliste om niet binnen te gaan, daarvoor kende ik haar niet goed genoeg.

Toch kalmeerde mijn geweten weer. Ja, ja, lesje geleerd.

keuzes maken

Ik ben een kind van mijn tijd, ik vind het vreselijk om te moeten kiezen. Ik leef namelijk met het grote verlangen om voortdurend vrij te kunnen zijn. En van zodra ik het gevoel heb dat ik na een gemaakte keuze bepaalde onvoorziene gevolgen dien te dragen, wil ik het liefst van al terug hollen in de tijd om daar een andere keuze te kunnen maken. Ja, ik denk dat er wat schort aan mijn notie van vrijheid..

Soms stel ik mezelf dus de vraag hoe mijn leven er momenteel zou uitzien als ik toen dit in plaats van dat gekozen had. Echt lang kan ik door een gebrek aan fantasie niet in die verbeelding verblijven. Te vaak maak ik vervolgens de klassieke fout om te beginnen googelen.. en ja, dan word ik vooral geconfronteerd met al wat ik niet gekozen heb. Een profiel op de sociale media dat laat zien hoe gelukkig ik lijk. Een carrière in rechte lijn. Een kind of twee.

Het kost mij dan ook behoorlijk wat innerlijke kracht om niet te stranden bij donkere gedachten,.. maar om integendeel de schoonheid van mijn grillig parcours te aanschouwen.

De passie waarmee ik met mijn hoofd van muur tot muur loop!  De kleurrijkheid van de builen die ik daarbij oploop! Dat moeilijke proces van keuzes moeten leren maken. En daarbij heel vaak “nee” te moeten zeggen, gewoon, door gebrek aan energie.